Iedereen heeft prikkels nodig, maar de behoeften en ‘prikkeldrempel’ zijn bij iedereen anders, aldus fysiotherapeut en ‘prikkelcoach’ Robert de Hoog. Hoe werken zintuiglijke prikkels en hoe kan de verwerking ervan het gedrag beïnvloeden? Wanneer leiden prikkels tot ontregeling en wat valt daaraan te doen?
Zijn houding verraadt dat hij niet gewoon achter zijn bureau zit, wanneer Robert de Hoog in beeld komt in het videogesprek vanuit zijn werkkamer. ‘Ik sta’, verklaart hij, met een koptelefoon op. ‘Als het even kan, sta ik of beweeg ik een beetje extra. En de stoel die ik hier heb staan, heeft een gebogen onderstel, dus ook daar zoek ik beweging op. Niet omdat ik hip wil zijn hoor, maar behalve dat bewegen natuurlijk wel gezond is, vind ik het prettig en weet ik dat ik me zo beter kan concentreren en focussen.’
‘Een stoel heeft vier poten’, kreeg De Hoog als kind op school vaak te horen. ‘Dan zat ik weer te wiebelen op de achterpoten.’ Met een lachje: ‘Ik zag ook heel vaak de buitenkant van de klas. Ik was erg druk als kind.’ Pas tijdens de opleiding fysiotherapie en een specialisatie in sensorische informatieverwerking kwam De Hoog erachter dat zijn gedrag te maken had met prikkelverwerking. ‘De opleiding bestond deels uit theorie en deels uit praktijklessen, en die verhouding werkte heel goed voor mij. Ik was dus zelf niet zozeer veranderd, maar mijn programma was veranderd. Daardoor functioneerde ik beter.’ Zijn persoonlijke ervaringen werden een drijfveer om ook anderen hierbij te helpen.