Subjectiviteit en intersubjectiviteit in de constructie van kennis: een Deweyaanse aanzet

Subjectiviteit en intersubjectiviteit in de constructie van kennis: een Deweyaanse aanzet

Productgroep Thema’s uit de wijsgerige en historische pedagogiek
3,90
Abonneeprijs: 1,56

Omschrijving

Een van de ‘grote vragen’ voor de hedendaagse pedagogiek betreft de betekenis van pluraliteit voor de theorie en de praktijk van opvoeding en onderwijs. Filosofisch gezien zijn er twee vragen in het geding: de vraag naar de mogelijkheid om in een diversiteit van kennis en waarden een overkoepelende orde aan te brengen en de vraag naar de wenselijkheid van zulk een orde. Toegespitst op onderwijs zijn thans discussies gaande over de hertekening van het algemeen vormend onderwijs, op grond van de idee dat pluraliteit niet als een bedreiging maar als een mogelijkheid tot verrijking en vernieuwing wordt opgevat. De antwoorden die al geformuleerd zijn, bijvoorbeeld uit feministische hoek of namens culturele minderheden, zou men onder de noemer ‘meerperspectivisch onderwijs’ kunnen samenbrengen (zie voor de term Roegholt, 1996).
In deze bijdrage willen we nader ingaan op de kentheoretische onderbouwing van een meerperspectivisch onderwijsconcept. Wat daarbij in het geding is, valt relatief eenvoudig aan te geven. Zolang kennis wordt opgevat als een afbeelding van de werkelijkheid, is er in principe één correcte (=ware) afbeelding mogelijk. Het klassieke ideaal van algemene vorming kapitaliseert precies op dit representationele kennisbegrip. Het definieert opvoeden en onderwijzen als het inwijden in een weten dat algemeen is, dit wil zeggen voor iedereen geldt. Dat weten is voor iedereen geldig omdat het geacht wordt waar te zijn. Pluraliteit heeft in dit kader vanzelfsprekend weinig kans.