Waarom jongeren ons steeds harder nodig hebben

Waarom jongeren ons steeds harder nodig hebben

Productgroep PIP 145
3,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Prestatiedruk, geldstress, eenzaamheid, cyberhaat, verslaving, radicalisering. Wat is er aan de hand met onze tieners? Het antwoord hierop vraagt om nuance. Het is immers bekend dat elke oudere generatie de angst om het hart slaat bij wat de jongere generatie uitvreet. Toch signaleert Stijn Sieckelinck dat er meer aandacht nodig is voor hun sociale gezondheid. In een recent verschenen essay – waarvan dit artikel een ingekorte bewerking is – verbindt hij deze opgave met de grotere vragen uit de pedagogiek. Zijn conclusie: juist voor tieners zijn we steeds harder nodig.

Sinds 2004 probeer ik als pedagoog bij te dragen aan een betere opvoeding voor zoveel mogelijk gezinnen, scholen en gemeenten. Pendelend tussen het lokale buurthuis en de landelijke krant werp ik mijn licht op wat het van opvoeders vraagt om jonge mensen zo goed mogelijk in de wereld te begeleiden. Ik spreek bij na dagelijks met jongerenwerkers die in de leefwereld van tieners werkzaam zijn en het belang van jongeren op de eerste plaats zetten. Daarnaast ben ik zelf vader van twee tieners, die mij enorm veel plezier en soms ook kopzorgen geven. In een nieuw essay (Sieckelinck, 2026) blik ik tegen de achtergrond van alle maatschappelijke ontwikkelingen terug op de pijnlijke periode waarin mijn eigen dochter zoals steeds meer tieners langdurig thuis kwam te zitten van school. Ik beschrij f wat dit met mij deed, met ons gezin, en verbind die ervaring met de bredere opgaven die eenieders aandacht verdienen.
Een halve eeuw geleden schreef pedagoge Lea Dasberg (1930-2018) Grootbrengen door kleinhouden. Daarin liet zij zien hoe de aandacht in Nederland verschoven was van volwassen worden naar wat zij ‘jeugdland’ noemde. Met de komst van ‘jeugdland’ werd voor het eerst in de geschiedenis een ‘eigen terrein’ voor de jeugd geconstrueerd. Dat terrein is decennia lang zorgzaam vormgegeven door een alliantie van leerkrachten, ouders en populaire cultuur die ontplooiing stimuleerde. Natuurlijk hebben niet alle gezinnen en jongeren hier de vruchten van kunnen plukken, maar dat neemt niet weg dat jeugdland naar verhouding veel geluk wist voort te brengen. Tegelijk verbaasde Dasberg (1975) zich erover hoe snel het vieren van jong-zijn op de kaart was komen te staan, ten koste van de traditionele doelen van volwassenheid (verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, deugdzaamheid).
Hoe staat het met deze balans anno 2026? Is het ingewikkelder geworden dan voorheen om op te groeien? Het is de vraag die mij het meest gesteld is door reporters, ouders en collega’s. Het antwoord vanuit de wetenschap is zelf complex en niet voor alle gezinnen hetzelfde. Wel is sprake van een versnelling en verwarring die iedereen treft.