Zorg: van valse naar nieuwe hoop

Zorg: van valse naar nieuwe hoop

Productgroep PIP 144
3,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Wanneer het niet goed gaat met een kind, zoeken we tegenwoordig vaak snel naar houvast in professionele zorg, classificaties en behandelingen. Maar wat als juist die zoektocht naar zekerheid ons wegtrekt van waar pedagogiek werkelijk over gaat? Wat als we daarmee valse hoop verspreiden? Henk Wever pleit in dit artikel voor een verschuiving naar echte hoop die valt te putten uit het samenspel tussen de mensen die bij het kind horen en de omgevingen waarin kinderen opgroeien.

‘Ik wil gewoon een oplossing’, zegt moeder Marieke aan de telefoon tegen Amber van het lokale team van de gemeente. ‘Op school zeggen ze ook dat Lucas misschien wel autisme heeft, ik wil het gewoon zeker weten. Er is toch wel een psycholoog of zo die hem kan helpen, zodat hij lekkerder in zijn vel zit? Het gaat gewoon niet meer!’ Wanneer Amber even later belt met leerkracht Anne is de boodschap duidelijk: ‘Het gaat echt niet lekker in de klas; Lucas ontwikkelt zich niet goed, is somber en vindt geen aansluiting bij de rest. Daarom hebben we moeder gevraagd om eens met jullie te bellen.’ Met een zucht legt Amber de telefoon neer. ‘Hoe kan ik deze jongen nu echt goed helpen?’

Lucas en Marieke zijn een voorbeeld van hoe een verlangen dat het goed gaat met een kind zich haast vanzelfsprekend omzet in een vraag naar professionele individuele hulpverlening. Dat verlangen is goed invoelbaar. We gunnen Lucas en zijn ouders dat het beter gaat. We gunnen ze dat ze begrijpen wat er is, omdat begrijpen zich gevoelsmatig automatisch vertaalt in weten hoe te handelen. Dat we hun een oplossing gunnen, zet ons aan om iets te doen. Maar wat nu als onze behoefte om iets te doen ertoe leidt dat we valse hoop geven? Hoop die uiteindelijk zal teleurstellen? Bij voorbeeld omdat het handelen stopt, wanneer we classificerend labelen verheffen tot een doel op zich. Of omdat we met individuele behandeling verzanden in een tunnelvisie op de binnenwereld van het kind en vergeten dat juist de interactie tussen mensen het verschil maakt.

A-B-C-logica: mensenwerk is geen raketwetenschap
Een raketmotor is een monsterlijk ingewikkeld apparaat. Die ingewikkeldheid heeft een doel: om te komen tot een reactie die met perfecte efficiëntie alle brandstof en zuurstof omzet in stuwkracht, in beweging. Maar hoe ingewikkeld ook: als raketwetenschappers eenmaal begrijpen volgens welke natuurkundige principes het systeem werkt, kunnen ze het herhalen en overgaan tot massaproductie. Door de jaren heen zijn we ook steeds meer zo naar hulp voor kinderen en opvoeding gaan kijken. Het narratief is: als we de ‘formule’ nu kunnen ontdekken over wat werkt in welke situatie, dan kunnen we dat herhalen en het resultaat voorspellen. Zo bereiken we de ultieme efficiëntie: zorg die altijd werkt met de kleinst mogelijke inzet. Het resultaat is A-B-C-logica: als we A zien, doen we altijd B en is het resultaat altijd C.
Sociale wetenschap is geen raketwetenschap, het is veel moeilijker (Dehue, 2024). Wat voor pedagogische wetenschappen geldt, geldt voor de pedagogische praktijk des te meer! Elke keer wanneer we de formule denken te hebben, blijkt het resultaat in de praktijk tegen te vallen. En wat doen we dan? We blij ven zoeken naar nieuwe formules. Maar is dat niet als dieper graven in dezelfde kuil, zonder ons af te vragen of we op de juiste plek aan het graven zijn?

De verwarring tussen benoemen en verklaren
Een tweede logica die hierbij komt kijken is de logica die classificeren van gedrag verheft tot een doel op zich. DSM-classificaties (diagnostische labels) waren ooit bedoeld om gedrag te categoriseren, zodat we bij die categorieën konden bedenken hoe we het beste konden handelen. Maar in de praktijk zijn we die classificaties gaan zien als het eindstation: wat bedoeld was als naam voor gedrag wordt verward met een verklaring voor het gedrag. Zo ontstond het stoornisdenken: het idee dat kinderen met een DSM-classificatie fundamenteel anders zij n dan kinderen zonder. Laura Batstra (2025) zette dit vorig jaar veel beter uiteen in haar Mulock Houwer-lezing dan ik het hier kan.