Nederland heeft op 8 maart 1995 het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) ondertekend. Dat betekent dat Nederland zich moet inzetten om deze rechten na te leven. De VN heeft het Kinderrechtencomité opgericht om toezicht te houden op naleving van het IVRK. Iedere vijf jaar moet Nederland rapporteren hoe het hiermee staat. Naar aanleiding daarvan stelt het comité aanbevelingen op – Concluding Observations and recommendations – die benoemen welke rechten in Nederland geschonden of beter nageleefd dienen te worden.
Het Kinderrechtencomité heeft op 9 maart 2022 de staat teruggegeven dat deze zorg moet dragen voor het ontwikkelen van beleid en bewustwordingsmaatregelen gericht op het aanpakken van de achterliggende oorzaken van feitelijke discriminatie, met het oog op het elimineren van stereotypering, vooroordelen en discriminatie waarmee kinderen te maken hebben die behoren tot de lhbtqia+-gemeenschap. De staat moet zorgdragen voor een veelomvattend en effectief gendergevoelig beleid inzake seksuele en reproductieve gezondheid voor adolescenten. Daarbij dient onderwijs over seksuele en reproductieve gezondheid geïntegreerd te worden in alle onderwijsniveaus. Ook dient bij de leeftijd passende educatie over gendergelijkheid, seksuele diversiteit, seksuele en reproductieve gezondheidsrechten, verantwoordelijk ouderschap, seksueel gedrag en het voorkomen van geweld daarvan onderdeel uit te maken.
‘Ik ben gewoon mijzelf en dat is het. Dit jaar heb ik voor het eerst een fijne klas. Er zitten nu geen vijanden meer bij mij in de klas en ik heb geen problemen. Ik heb vaak mijn koptelefoon op. Ik hoor dus vaak niet wat anderen zeggen tegen mij. Toen ik 12 jaar was, lukte het mij niet zo goed om tot leren te komen, ik kreeg geen structuur in mijn schoolwerk. Ik moest eigenlijk naar het kaderonderwijs. Maar daar was ik bang dat ze leerlingen zoals ik, van de
lhbtqia+-gemeenschap, niet zouden accepteren. Ik denk dat de school en leerlingen daar echt minder verwelkomend zijn. Toen moest ik wel echt in gesprek met wat ik nou moest gaan doen. Ik ben als een speer gaan werken om niet naar die school te hoeven gaan. Op deze school zitten best veel leerlingen die niet binnen de norm vallen. Ik ben wel vaak voor emo-shit en zo uitgemaakt, maar ik trek mij er gewoon niets van aan. Ik heb een eigen vriendengroep die hetzelfde zijn en dat is heel fijn. We hebben het over dit soort situaties. Op straat merk ik wel eens dat mensen iets over mij zeggen of zelf foto’s maken. Als je niet in de norm zit, krijg je sneller commentaar. Je wordt ook sneller gepest. Mijn school is een christelijke school maar ze besteden best veel aandacht aan leerlingen die niet in de norm vallen. Dat vind ik bijzonder. Er zijn groepjes leerlingen die steeds nare dingen zeggen. School spreekt ze daarop aan. Ik herken mijzelf niet altijd in het lesaanbod. Ik zou het fijn vinden als onderwerpen zoals gender en homoseksualiteit als normaal in de lessen worden meegenomen. Nu wordt het soms als een apart onderdeel besproken. Dan voelt het namelijk pas echt alsof ik wat anders ben, terwijl dat niet zo is. Het is namelijk gewoon normaal en als het aparte aandacht krijgt voelt het toch weer als iets anders. Het is soms ook lastig, je wil er aandacht voor maar ook niet te veel omdat het dan weer niet normaal is. Als ik het onderwijs mocht bepalen zou ik aparte lessen over homoseksualiteit en gender afschaffen. Dan is het niet meer iets aparts maar tenminste normaal. De leraren moeten er dan ook gewoon over durven praten. Dan herkennen alle leerlingen zich tenminste in de les. Er is wel een paarse vrijdag, die aandacht is fijn. Soms blijven er dan wel leerlingen die dag thuis, die mogen dan niet van hun ouders naar school komen. Dat vind ik raar en ik snap het niet. Maar ik vind het gewoon belangrijk dat wij zichtbaar kunnen zijn wie we zijn.’