Hoezo pedagogisch?

Hoezo pedagogisch?

E.A. Godot | 2003

Omschrijving

In de afgelopen halve eeuw is er veel in de opvoeding veranderd. Opvoeding is in de ontwikkeling van kinderen veel minder bepalend gebleken dan we dachten. We spreken nu meer over opvoeding dan ooit, maar we zijn er ook erg onzeker over geworden. Over de vraag waar het naartoe moet bestaat zo weinig overeenstemming dat zoeken naar middelen eigenlijk geen zin meer heeft. Bewijzen we de samenleving nog wel een dienst door zo nadrukkelijk naar opvoeding te wijzen? Hoezo pedagogisch?

Tal van brandende maatschappelijke kwesties, die op het eerste gezicht niet zoveel met opvoeding te maken hebben, blijken het pedagogische bij nader inzien in de kern te raken. Hoezo pedagogisch? gaat op dat soort kwesties in. Het gaat over het veranderende kind in tijden van consumptie en technologie, over ‘gedogen’, over de vraag of de ware liefde nog bestaat, maar ook over de behoefte aan ‘coming out’ en over geweld in de samenleving. Over de rol van verhalen, de overmaat aan controle, het belang van keuzevrijheid, maar ook over de rol van deskundigen en de vraag of de pedagogische bemoeienis van de overheid toe- of afneemt.

Achteraf, noten, dankwoord

Achteraf, noten, dankwoord

Het verlies aan eenheid van gedachte over de vraag waar het in de opvoeding naar toe moet, hebben we als een van de belangrijkste redenen gekwalificeerd waarom het pedagogisch project problematisch is geworden. Dat verlies aan eenheid stelt een hele discipline ter discussie. Het roept de vraag op of pedagogen aan het begin van de 21e eeuw nog iets zinnigs te zeggen hebben: Hoezo pedagogisch?

Het pluriforme karakter van de postmoderne samenleving is voor de pedagogiek vanzelfsprekend een groot probleem. Toch is er hier ook iets merkwaardigs aan de hand. Op het niveau van de samenleving had de moderne liberale staat individuele pluriformiteit allang mogelijk gemaakt. Pluriformiteit, verschil tussen individuele waardesystemen, was mogelijk gemaakt door de scheiding tussen privé en publiek. De fundamentele burgerrechten moeten onze vrijheid van levensvoering garanderen. De staat schrijft niet voor hoe ik heb te leven, hij legt mij hooguit beperkingen op wanneer ik anderen in hun individuele vrijheden belemmer. Respect voor de ander betekent niet alleen dat ik diens waarden deel, maar ook dat ik bewondering heb voor de manier waarop die ander die waarden uitdraagt. Respect voor de ander kan echter ook betekenen, dat ik de waarden van de ander niet deel, maar die ander toch in zijn waarde laat. In de woorden van Voltaire klinkt dat als volgt: ‘Ik kan uw mening nog zo abject vinden, maar ik zal uw recht verdedigen om die te uiten.’ Beide vormen van respect, respect voor waarden en respect voor personen, zijn niet alleen voor de samenleving van belang, maar spelen ook in de opvoeding een cruciale rol.

Meer info
Gratis
Hoofdstuk 1 Meer kind, minder kind

Hoofdstuk 1 Meer kind, minder kind

Nog altijd trakteert Sinterklaas een keer per jaar plichtsbewust alle huizen op een kort maar heilig bezoekje. Piet wurmt zich door de schoorsteen en vult de kinderschoenen. Lange brieven krijgen een bondig antwoord. De romantiek, die Sinterklaasochtend alleen maar met Kerstavond moet delen, vult nu net als vorig jaar de woonkamer die wat vroeger dan anders ontwaakte. Hoe kan het ook anders, wekenlang al was de voorbereiding van dit feest aan de gang. Eerst werd er zorgvuldig geïnformeerd over wat er allemaal te krijgen zou zijn, vervolgens werd er zorgvuldig geselecteerd wat op het verlanglijstje moest komen te staan. Daarna moest de boodschap met hulp van de ouders nog duidelijk worden overgebracht aan de geliefde Kindervriend en ten slotte werden de veel te kleine schoenen voorzien van de nodige verleiders.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 10 Meer overheid, minder overheid

Hoofdstuk 10 Meer overheid, minder overheid

‘Pedagogisering’ is een begrip dat veel verschillende betekenissen kan hebben. Net als bij ‘opvoeding’ lijkt het erop dat de betekenis van dat begrip door de tijd heen verschuift. Zo kan pedagogisering gezien worden als de grotere aandacht die in de jaren zestig aan de stem van het kind gegeven werd in vergelijking met de al te autoritaire verhoudingen in de jaren vijftig. Ook kan pedagogisering gezien worden als moralisering, en is ze zo eenuiting van de negatieve waardering die in de jaren zeventig aan de pedagogiek van de jaren vijftig gegeven werd. Pedagogisering kan ook gezien worden als de revival van het waarden- en normenvraagstuk aan het einde van de jaren tachtig. De pedagogisering van de samenleving, ten slotte, kan gezien worden als het overnemen door maatschappelijke instituties van opvoedingstaken die eerder door de ouders werden waargenomen, zoals de dagopvang van jonge kinderen en de naschoolse opvang vanaf de jaren negentig.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 2 Door de vingers

Hoofdstuk 2 Door de vingers

Op de golven van de publieke opinie kunnen woorden snel van betekenis veranderen. Niet alleen verschuift de letterlijke betekenis, of wordt zij opgerekt, ook krijgen woorden soms abrupt een andere morele lading. Dit is gebeurd met het woord ‘gedogen’ en afgeleiden daarvan als ‘gedoogbeleid’ en ‘gedoogcultuur’. Tot voor kort werd ‘onze gedoogcultuur’ gevierd als een typisch Nederlands fenomeen waarin het beste van onze volksaard tot uitdrukking zou komen: die van tolerantie, verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, anderslevenden en andersgelovigen. Meer nog dan onze tulpen, kaasmeisjes en molens, werd ons gedoogbeleid ten aanzien van drugs, euthanasie, abortus, ‘illegalen’ en prostitutie over de grens met trots als ‘Hollandsche waar’ naar voren geschoven. Een nationale trots die, als de nood aan de man kwam, met hand en tand werd verdedigd. Als de Fransen weer eens een dam opwierpen tegen het Nederlandse softdrugsbeleid, of de Amerikanen ons euthanasiebeleid beschimpten, sloten de gelederen zich - van links tot rechts. Met uitzondering van het Nederlandse voetbalelftal lijkt er geen ander voorbeeld voorhanden van een symbool of thema dat Nederlanders zo verenigt.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 3 Over het aardige, merkwaardige maar onhoudbare idee van De Ware

Hoofdstuk 3 Over het aardige, merkwaardige maar onhoudbare idee van De Ware

Een van de meest merkwaardige begripsverwarringen in het wereldwijde taalgebruik is dat het bij liefde om een gevoel zou gaan. Los van het feit dat de inhoud van gevoelens moeilijk te omschrijven is anders dan in kleuren en geuren bijvoorbeeld, is de lichamelijke sensatie waarop men zich in de beschrijving probeert te concentreren eerder randverschijnsel dan waar het bij de liefde voornamelijk om gaat. Ludwig Wittgenstein zegt het wel heel onomwonden: ‘Liefde is geen gevoel, liefde wordt beproefd, pijn niet. Men zegt niet: “Dat was geen echte pijn, anders was het niet zo snel weggeweest”.’
Wat Wittgenstein bedoelt te zeggen is natuurlijk dat liefde in de eerste plaats trouw is. In het algemeen begint de liefde immers met het overweldigende ‘gevoel’ van verliefdheid dat zegt: ‘Ik wil altijd bij je blijven.’ En als verliefdheid in liefde overgaat, blijft die betekenis bestaan, zegt men.

De manier waarop Wittgenstein de wijsheid aangaande de liefde boven water haalt doet wellicht op het eerste gezicht merkwaardig aan. Door liefde met pijn te vergelijken wordt duidelijk dat liefde een zekere duur moet hebben om liefde te mogen heten. Dat is voor een ieder gemakkelijk te na te gaan. Stel dat je na een mooie nacht in het kille ochtendlicht wordt overvallen door de onweerstaanbare drang zo snel mogelijk te vertrekken, maar wordt tegengehouden door de ander, die zegt: ‘Gisteren zei je nog dat je van me hield,’ dan kun je niet reageren met de woorden ‘Dat was gisteren, maar nu niet meer.’

Met de taaldaad ‘Ik hou van jou’ beschrijf je geen interne sensatie, maar zeg je: ‘Ik wil altijd bij je blijven’. En je moet dan ook niet gek kijken als je daar later op wordt aangesproken. Dat is precies de reden waarom mannen in het algemeen de liefdesverklaring zo moeilijk over hun lippen kunnen krijgen. ‘Waarom zeg je toch nooit dat je van me houdt?’ klaagt zij. Wij weten het wel. Hij denkt natuurlijk: ‘Als ik dat zeg, zit ik er aan vast.’ Het gebruik om het mannen kwalijk te nemen dat ze zo moeilijk hun gevoelens zouden uiten, berust op een vergissing. Meer dan eens prevaleert bij hen het ethos dat je je aan je woord moet kunnen houden.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 4 Uit de kast, in de kast

Hoofdstuk 4 Uit de kast, in de kast

Het is tekenend dat veel homojongeren voor het eerst 'uitkomen' tegenover vrienden, een goede oom of buurvrouw, maar zelden tegenover hun ouders. Tussen ouders en kinderen  bestaat soms teveel 'ruis' - teveel zorgen, onuitgesproken verwachtingen, beladen gespreksonderwerpen, een gedeeld verleden.
En die ruis staat een open gedachtenwisseling en een nietverplichtende manier van spreken over intimiteiten en onzekerheden in de weg. Wellicht zijn de opvoeding en persoonswording er soms bij gebaat dat bepaalde zaken even onbespreekbaar zijn. Soms hebben taboes zo hun functie, ook binnen het gezin. Soms is het beter om samen van de stilte te genieten, zo zong Dave Gahan van Depeche Mode aan het eind van de donkere jaren tachtig: ‘Words are very unnecessary. They can only do harm. Enjoy the Silence’.
 

Meer info
Gratis
Hoofdstuk 5 Gewelddadig, geweldloos, geweldig

Hoofdstuk 5 Gewelddadig, geweldloos, geweldig

De droom van Martin Luther King is niet uitgekomen. Toen hij in 1963 op de trappen van het Lincoln Memorial in Washington DC de onsterfelijke woorden ‘I have a dream’ uitsprak en daarmee op een geweldloze wijze het diepe verlangen uitdrukte nu eens eindelijk het credo van de Verenigde Staten van Noord-Amerika te realiseren, ‘that all men are created equal’, kon hij niet vermoeden dat er nieuwe vormen van discriminatie zouden ontstaan. Niet alleen wie vandaag de dag niet kan lezen of schrijven heeft het moeilijk, ook de computerongeletterden of ‘digibeten’ zijn van vele netwerken uitgesloten. Ook leven we nog lang niet vredig als broeders en zusters met elkaar. De kerstboodschap, vrede op aarde voor alle mensen van goede wil, is meer dan ooit holle retoriek uit de mond van de machtigen der aarde. Zelfs het door Wannes van de Velde gezongen ‘Kerstmis is de dag dat ze niet schieten’ behoort tot het verleden. Vredesbewegingen en vredespedagogiek ten spijt, er wordt op vele plaatsen gevochten. Komt er dan geen einde aan, of kan er geen einde aan komen? Opvoeders worden met de vinger verwijtend nagewezen, de school krijgt een nieuwe taak opgelegd. Het moet, en daarom kan het, zo klinkt het wel. Andere opvoeding, ander onderwijs, voor een betere samenleving.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 6 Over de goede en de slechte en wie er altijd wint

Hoofdstuk 6 Over de goede en de slechte en wie er altijd wint

‘Er was eens ...’ en meteen wordt het wat stiller, draaien de hoofden in de richting van de verteller en ontstaat een eerste ingehouden spanning, die van verwachting. Is het niet zalig om elke avond opnieuw de warmte van de deken en de intimiteit van het tegen elkaar aan kruipen te ervaren en te luisteren naar wat er gebeurt met de slangen en de wolven, de heksen en de tovenaars, de trollen, de monsters, de vissen en de planten, de zon en de maan, en de kinderen. Soms zijn het spannende avonturen, soms is het akelig of een beetje triest en soms grappig, maar altijd komt het tot een goed einde. En als het licht dan uitgaat fantaseren ze nog even verder over de rol die ze zelf zouden spelen in het verhaal van zonet, totdat andere dromen het overnemen. Verhalen zijn van alle tijden, maar nu veel meer dan vroeger in de eerste plaats voor de kinderen, zo lijkt het. De tijd dat vertellers dorpsbewoners avondenlang konden vermaken, is allang voorbij.We hebben nu andere vormen van vertier gevonden. Kinderen zijn nog wel dol op verhalen, ze kunnen er althans enkele jaren niet genoeg van krijgen. Verhalen voor kinderen verbinden we wat makkelijk met slapengaan. Een van de ouders en nu en dan de oppas, vertelt wat de kinderen uitkozen, waarna alleen ‘slaap wel’ of ‘welterusten’ nog betekenisvolle woorden kunnen zijn.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 7 We controleren ons kapot

Hoofdstuk 7 We controleren ons kapot

Het belt op de speelplaats. De kinderen van de lagere school van het O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis Instituut zetten zich in rijen van twee en gaan in stilte naar hun klaslokaal. Neen, dit is geen beeld uit het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw, maar de harde realiteit in het eerste decennium na het jaar 2000. Evenmin is het uitzonderlijk in Vlaanderen, het is eerder wat men doorgaans kan verwachten. En de indruk die men van het secundair onderwijs kan opdoen, verschilt hiervan niet wezenlijk. Natuurlijk is er wel iets veranderd de laatste twintig, dertig jaar, maar in de regel gaat het er in de Zuidelijke Nederlanden nog behoorlijk ‘schools’ aan toe. Precies daarom kiezen sommige Nederlanders die in de grensstreek wonen ervoor om hun kinderen naar Vlaamse scholen te sturen. Daar is nog duidelijk wat mag en moet en er wordt vooral hard gewerkt. Het ligt in de lijn van de klacht van vele leraren in Nederland over het onbehouwen gedrag van hun leerlingen en dat tot op het niveau van de universiteit. Men kan in het Noorden dan al wat mondiger zijn, dat laatste heeft ook uitwassen die niet door iedereen in dezelfde mate worden geapprecieerd.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 8 Onderwijs à la carte

Hoofdstuk 8 Onderwijs à la carte

Kinderen worden in een bestaande wereld geworpen. Een wereld waar de scheidslijnen tussen rijk en arm, man en vrouw, tussen wereldgodsdiensten, taalgebieden en politieke machten al uitgetekend zijn. Zo bezien begint ieder leven als loterij.Want het maakt nogal uit of je in de sloppenwijken van Bogota wordt geboren of in een villawijk aan de Côte d’Azur. Of je als meisje of jongen, blank of zwart ter wereld komt. Of je opgroeit binnen het hindostaanse kastenstelsel of een anti-autoritaire opvoeding geniet. Of je ouders in staat zijn goed voor je te zorgen of niet. Zo zijn er vele toevalligheden en gegevenheden die een mensenleven tekenen. Toch worden we als persoon niet volledig bepaald door de plaats, omstandigheden en voorwaarden waaronder we in deze wereld zijn ingeleid. Volgens de achttiende-eeuwse filosoof Johann Gottfried Herder moeten we de mens als ‘erste Freigelassene der Schöpfung’ zien.We zijn in staat ons tot op zekere hoogte te ontworstelen aan deze bepaaldheden. Over de aard en reikwijdte van deze vrijheid lopen de meningen uiteen. Het is typerend voor ons huidige tijdsgewricht dat wij geneigd zijn ons deze vrijheid voor te stellen als een vrijheid om te kiezen.

Meer info
3,90
Hoofdstuk 9 Vader weet het beter, de pedagoog het best

Hoofdstuk 9 Vader weet het beter, de pedagoog het best

Het is woensdag. Steven, bijna 3 jaar oud, mocht in de namiddag bij de buren spelen, met Remco, een kleuter van dezelfde leeftijd. Maar het pakte anders uit. De ogen van Remco’s moeder spraken boekdelen toen Stevens vader hem kwam ophalen. Het was niet aangenaam geweest. Als hij niet kreeg wat hij wou, of het nu om koekjes ging of een puzzel, schreeuwde hij het uit, wierp zich op de grond, begon met alles te gooien of erop te slaan en bonkte zelfs met zijn hoofd op de muur. Hij was echt vervelend geweest en bij het vertrek wou hij natuurlijk ook niet ‘dank je wel’ zeggen, want hij vond het niet fijn die namiddag. Met ‘Ik mag nog wèl een koekje,’ nam hij afscheid. Papa probeerde het gedrag van zijn zoontje wat te vergoelijken, glimlachte verveeld en zuchtte: ‘Je weet hoe kinderen zijn.’

Meer info
3,90
Voorwoord

Voorwoord

Het gesprek over opvoeding wil niet meer zo vlotten. Over de vraag waar het naartoe moet, zijn we het fundamenteel oneens geraakt. Over de verschillen in visies op de toekomst maken we ons niet eens meer druk. Daarmee is het gesprek over opvoeding in wezen onmogelijk geworden. Die diversiteit aan waardeoriëntaties koesteren we zelfs. Pluriformiteit wordt niet als probleem gezien, maar als onvervreemdbaar kenmerk van de samenleving waarin we leven. Voordat de veelkleurigheid van de multiculturele samenleving zich aan ons opdrong, was de wens om je als individu te onderscheiden al algemeen geworden. Een strikte scheiding tussen privé en publiek moet de verschillende levens naast elkaar mogelijk maken. Eenheid bestaat alleen nog maar in de herinnering. Opvoeding is altijd een complex verschijnsel geweest, ook in de tijd dat die eenheid nog wel leek te bestaan. Pedagogen hebben dat ook altijd ingezien. Gegeven de kracht van de huidige algemene roep om herstel van waarden en normen zou je dat bijna vergeten. De tijd dat theoretisch pedagogen over opvoeding dachten in termen van overdracht van waarden en normen, ligt wel heel ver achter ons. Aan het begin van de vorige eeuw maakte de pedagoog Gunning al duidelijk dat je het in de opvoeding wel vergeten kunt, als je je niet van de vrijwillige medewerking van het kind weet te verzekeren. Een halve eeuw later gaf de pedagoog Langeveld een positieve draai aan dit inzicht. Morele ontwikkeling is, afgezien van de waarden en normen die het kind onwillekeurig van zijn omgeving overneemt, waardeverwerkelijking door het kind en dat moet het ook zijn. Zelfs al zou het kunnen, waarden en normen overdragen, dan zouden we het als opvoeders niet moeten willen. En wat is de inhoud van de normen die we in onze razendsnel veranderende wereld zouden moeten overdragen? Als er iets is dat ons als opvoeders te doen staat, is het onze kinderen voorbereiden op het leven in die razendsnel veranderende wereld.

Meer info
Gratis