Interview met Anniek van Lierop
Een overtuigd ‘Rijnlander’, noemt Anniek van Lierop zichzelf: in zorgorganisaties werkt ze graag aan eigenaarschap bij vakmensen, zodat zij bezield hun werk kunnen doen. Ze doet een beroep op leidinggevenden om te leiden in plaats van te sturen. En ze hoopt dat professionals hun stem durven laten horen: ‘Ga staan voor je vak, je mag er trots op zijn.’
In dit nummer vindt u perspectieven, ervaringen en analyses die uitnodigen tot heroverweging. Als orthopedagogen zijn wij gewend om de cliënt in zijn of haar systeem zorgvuldig te analyseren: wat heeft deze cliënt nodig? Welke factoren spelen een rol? Waar liggen risico’s en kansen?
Ervaringen van leerlingen, ouders en docenten in een inclusieve klas in het vmbo
Hersenkrakers
“Het is echt zwaar. Ik moet drie keer per week naar college en het begint al om één uur ‘s middags!” Aldus Thijs, bedrijfskundestudent. Ik mocht Thijs niet. Ik fietste elke ochtend in het donker 20 km naar het Biologisch Centrum in Haren alwaar ik van half negen (vond ik vroeg) tot vier college had. Tijdens die ritjes haatte ik Thijs het meest. Ik troostte mezelf dan met de gedachte dat ik tenminste iets studeerde wat ertoe deed. Biologie was zwaar, maar het was tenminste echte wetenschap. Het ging ergens over. Bedrijfskunde, bestuurskunde, marketing … Dat waren van die studies die je ging doen als je niet zo heel erg geïnteresseerd was in studeren. Dat soort mensen feestten vooral tijdens hun studie en gingen daarna ergens belachelijk veel geld verdienen met onzin. Ik walgde ervan. Bah.
Praktisch denkkader en domeinmodel voor jeugdzorg en LVB-zorg
Toen Marieke binnenkwam op de school waar ze ging werken, was ze verbaasd over de gewoontes in het team. “Aan het einde van de schooldag werden alle kinderen uitgezwaaid. Het team ging daarna gezamenlijk koffie/thee drinken. Maar ik vond het jammer van de tijd. In die tijd had ik mooi een stapel schriften kunnen wegwerken, dacht ik. Maar voordat het herfstvakantie was, zag ik de waarde ervan in. En nu wil ik niet meer anders. Het is een belangrijk moment van ontmoeting. We kunnen onze vreugde en zorgen van de dag delen. We kunnen ook efficiënt afspraken maken die morgen al worden uitgevoerd.”
Ervaringen van Rotterdamse netwerksamenwerking bij huiselijk geweld en kindermishandeling
Omdat de psychiatrie toch al zo ‘subjectief’ was, besloot ik mijn opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater zo zwart-wit mogelijk te doen; bij de academie, inclusief promotietraject. Maar hoe langer mijn opleiding duurde, hoe meer vragen en twijfels ik kreeg over de manier waarop we binnen de academie naar psychisch lijden keken.
In zicht
Kleine meisjes worden groot, zo ook onze oudste dochter. We staan aan de vooravond van een keus voor middelbare school. Zowel mijn man als ik zijn elders in het land opgegroeid en dus import in de stad waarin we wonen. Wij kennen de middelbare scholen in onze stad dus ook niet. Omdat de keuze nogal reuze is, zijn we in groep 7 al gaan kijken. Onze dochter leert heel makkelijk, dus we kunnen niet echt een foute keus maken. Wel kan ze nogal gevoelig zijn en maakt de sfeer op school dus uit. Vol goede moed gingen we vorig jaar naar een rijtje middelbare scholen. Saillant detail: bij ons allemaal in één week te bezoeken! We bezochten er zes. Soms wist ze al na vijf minuten: dit wordt niets. En wij verbaasden ons over de hoeveelheid verschillen: tweetalig, gymnasium, lange dakpanklassen, leerpleinen of gecombineerd onderwijs in plaats van losse vakken. Vorig jaar een top 4 gemaakt die we dit jaar nog eens zouden bezoeken. We moeten namelijk een top 3 in gaan vullen in verband met kans op inloten bij te veel aanmeldingen.